Gidsen

Raken de nieuwe EU-pakketregels bestellingen boven € 150?

Nee. De hervorming van juli 2026 schafte een vrijstelling af die alleen ónder € 150 gold. Zendingen boven die grens waren altijd al volledig belast — normale tarieven, invoer-btw, vervoerderskosten — en dat zijn ze nog steeds. Zat je bestelling boven de drempel, dan is er op 1 juli 2026 aan je rekening niets veranderd.

Wat de vrijstelling wél en niet was

De de-minimisregeling was een vrijstelling van douanerechten voor zendingen met een intrinsieke waarde tot en met € 150. Intrinsieke waarde betekent de goederen alleen: verzendkosten en verzekering telden nooit mee voor de toets. Een bestelling van 180 euro profiteerde er dus nooit van, en de afschaffing nam die bestelling dan ook niets af.

Hoe een import boven de drempel werkelijk wordt belast

Eerst het recht: het EU-tarief voor de HS-code van het product, toegepast op de douanewaarde — de prijs van de goederen plus de vervoers- en verzekeringskosten voor het traject de EU in. De percentages lopen sterk uiteen per post, van nul op veel elektronica-accessoires tot dubbele cijfers op kleding en schoenen.

Daarna de invoer-btw: het tarief van je bestemmingsland over de douanewaarde plus het zojuist berekende recht. Het recht zit ín de btw-grondslag, en daarom stapelen de twee heffingen in plaats van simpelweg op te tellen.

Als laatste de vervoerder: wie deze bedragen voorschoot, rekent inklaringskosten — meestal ergens in de band € 0–€ 8 voor postpakketten en € 5–€ 20 voor expressdiensten.

Waar de drempel wél knelt: mandjes rond de grens

De hervorming doet ertoe op de rand. Een bestelling met 140 euro aan goederen valt onder de regels voor lage waarde; duw de goederen naar 160 euro en de zending schuift het gewone regime in, met een andere aangifte en recht over de volledige douanewaarde inclusief vervoer. Wisselkoersen zorgen voor extra speling, want de douane rekent buitenlandse prijzen om volgens een eigen schema. Zweeft je mandje rond de grens, weet dan aan welke kant je vermoedelijk landt vóór je afrekent.

Reken je eigen bestelling door met de rekentool

Veelgestelde vragen

Kwamen er op 1 juli 2026 nieuwe kosten bij voor bestellingen boven € 150?
Nee. De verordening schafte de vrijstelling van douanerechten af, en die gold sowieso nooit voor zendingen boven € 150. Die imports betaalden vóór de hervorming al normale tarieven, invoer-btw en inklaringskosten, en dat doen ze op precies dezelfde basis nog steeds. Is zo'n bestelling recent duurder geworden, dan ligt de oorzaak elders — tariefwijzigingen, vervoerdersprijzen of wisselkoersen.
Tellen verzendkosten mee voor de drempel van € 150?
Nee. De drempel wordt getoetst aan de intrinsieke waarde: de prijs van de goederen zelf. Verzending, verzekering en afhandeling tellen nooit mee — een mandje van 145 euro met 20 euro porto blijft een laagwaardige zending. Verderop in de berekening speelt verzending wél mee: ze zit in de grondslag van de invoer-btw, en boven de drempel ook in de douanewaarde waarover het recht loopt.
Hoe wordt douanerecht berekend op een bestelling boven € 150?
Het tariefpercentage voor de HS-code van het product wordt toegepast op de douanewaarde: goederen plus de vervoers- en verzekeringskosten voor het binnenbrengen in de EU. Vervolgens loopt de invoer-btw over die waarde plus het recht. Tot slot rekent de vervoerder zijn eigen inklaringskosten, bij express doorgaans € 5–€ 20. Geen van deze stappen is door de hervorming van 2026 aangepast.
Geldt het vaste bedrag per tarieflijn ooit boven € 150?
Nooit. Het vaste recht per HS6-lijn is uitsluitend gedefinieerd voor IOSS-zendingen tot en met € 150. Boven die waarde is IOSS zelf niet van toepassing en valt de zending onder het gewone douaneregime, met recht tegen het werkelijke tariefpercentage van het product. Eén zending zit altijd in precies één regime — de twee systemen combineren nooit op hetzelfde pakket.

Gerelateerde gidsen